De Utrechtse
Wielervereniging

Het is zondag 2 juli, 5.30 uur. Ik sta aan de start; vandaag moet het gebeuren. Nog een uurtje en dan mag ik eindelijk starten. Mijn fiets is in orde en met mijn voorraad eten en drinken kan ik de Maratona twee keer fietsen. De route en de tussentijden ken ik uit mijn hoofd. Ik ben er klaar voor!

Kennismaken met de Dolomieten

Ruim een week voor de Maratona reizen we met een groep van CS030 af naar de Dolomieten. Om te fietsen, aan de hoogte te wennen, de route te verkennen en omdat het gezellig is. Ondanks de lange rit, kunnen we niet wachten om te fietsen. Bus uitladen, even bijkomen, omkleden, fietsen pakken en daar gaan we. We hebben een appartement gehuurd aan de voet van de Campalongo, dus dat is meteen onze eerste beklimming. Mooi, gelijk een eerste kennismaking met de Maratona. De eerste klim moet ik altijd even inkomen, dus ik ben voorbereid op een half uur afzien. Grappig detail is dan ook dat ik, achteraf bezien, juist deze dag mijn snelste tijd heb neergezet op deze beklimming.

De dag erna verkennen we opnieuw een stuk uit de route van de Maratona. We starten met de Campalongo, om daarna de Falzarego op te fietsen. Ik heb goede benen, vind snel het juiste ritme en fiets in een lekker tempo omhoog. Onderweg haal ik drie Italianen in die met elkaar omhoog fietsen. Blijkbaar was dat niet de bedoeling, dat zo’n blond ‘huppeltje’ voorbij fietst. Dus even later halen ze mij weer in. Ik blijf stug doorfietsen, in hetzelfde tempo. Zij niet, zij zakken in. Ik moet glimlachen en vraag me of hoe vaak ze dit nog gaan doen. Nog twee keer, zo blijkt. Daarna besluiten ze dat we ook best met z’n vieren kunnen fietsen. Om de beurt rijden we op kop, totdat we bijna boven zijn. Daar zetten ze toch even aan. Ik vind het prima, voor mij is het geen wedstrijd. Alhoewel, een innerlijk gevecht wacht na de afdaling. De Mur dl Giat doemt op, dat is toch wel een dingetje. Mijn hemel, wat is ‘ie steil! Maar gelukkig is het ook een korte klim en zie je onderaan al de top. Doorademen en doortrappen, dan kom je vanzelf boven. En dat klopt, al is het met moeite.

Helemaal naar de Fedaia

De dag erna is de groep compleet, met 13 personen zijn we nu. In wisselende samenstelling rijden we mooie tochten. De meest memorabele is die naar de Fedaia. Een prachtige klim door een kloof die niet alleen indrukwekkend is vanwege de natuur, maar ook vanwege de steile stukken van 15 en 18%. Het spreekwoord ‘we gaan naar de kl*!#$’, dopen wij om tot ‘we gaan helemaal naar de Fedaia’. Het is warm die dag, boven de 30 graden. De bidons worden zelfs tijdens de klim bijgevuld. Als we eindelijk boven zijn, overheerst een euforisch gevoel. Wat gaaf dat dit is gelukt! Dit geeft me een boost voor de Maratona, want ik zie wel een beetje op tegen de Giau. Maar als dit me lukt, lukt die me ook. Mijn vertrouwen groeit en krijgt een extra boost door het fietsen van de Sella Ronda, een paar dagen voor de Maratona. De afgelopen dagen heb ik veel met Irma gefietst. We zijn erachter gekomen dat we hetzelfde tempo fietsen, dus we maken plannen om de Maratona ook samen te fietsen. Kletsend fietsen we samen de Sella Ronda, dit gaat lekker!

Wiskundige berekening

Sebastiaan roept het al maanden, dat ik het ga halen. En hoewel het fietsen erg goed gaat, maak ik me nog steeds wel zorgen over de tijdslimiet. Want nu het zo lekker gaat, wil ik natuurlijk de gehele afstand fietsen. En dus wordt er gerekend, geanalyseerd en gespeculeerd. Ik maak een wiskundige berekening waar Einstein trots op zou zijn. Net als bij de inspanningstest die ik heb gedaan, heb ik dit nodig; bewijs dat ik het kan. De uitkomst van de berekening geeft aan dat de tijdslimiet haalbaar is. We zullen niet heel veel tijd overhouden, dus op het eerste stuk mogen we dus niet teveel tijd verliezen. Irma en ik overleggen hoe we het eerste stuk gaan aanpakken en maken een strijdplan.

Zenuwen en focus

En dan is het 2 juli; de dag van de Maratona. In alle vroegte staan we aan de start. Zaterdag was ik enorm nerveus, tijdens de voorbereidingen. Ik heb wel drie keer mijn banden gecheckt bijvoorbeeld, want stel je voor dat ze in het afgelopen uur ineens zijn leeggelopen. Ook zondagmorgen zijn er zenuwen, maar er is gelukkig ook focus. Om 6.30 uur klinkt het startschot, we zijn begonnen! Het eerste half uur is het overleven geblazen. Niet zozeer door de drukte, die valt me alles mee, maar vooral vanwege de spanning die er uit moet. Na de eerste beklimming lukt dat gelukkig en vinden Irma en ik ons ritme en is onze hartslag gedaald naar aanvaardbare waardes.

Het hek dat geen hek bleek

De Sella Ronda komen we dan ook zonder kleerscheuren door. Het gaat zelfs zo goed, dat we inlopen op ons schema. Nog een keer de Campalongo en dan, na de afdaling, in sneltreinvaart naar ‘het hek’ om op tijd bij de splitsing van de midden- en de volledige afstand te zijn. Al ruim voor die splitsing weten we het; we gaan het halen. En dat niet alleen, we hebben zelfs 35 minuten over. Ondanks de warmte, krijg ik kippenvel. Wat gaaf, het eerste doel van vandaag is gelukt! Wij hadden ons van die splitsing een enorme voorstelling gemaakt. Maar buiten een vrijwilliger van de organisatie en een routebordje, valt er eigenlijk niets te zien. We kunnen dus gewoon doorrijden, er is geen hek te bekennen. Irma en ik moeten lachen. Want wat maakt het uit, we hebben het gered!

Na een paar kilometer gunnen we onszelf even rust bij de verzorgingspost. Bidons vullen, eten, plassen. En ik app Sebastiaan: “We hebben het gehaald, we zijn op tijd!” Hij heeft dit punt al gepasseerd, lees ik in zijn bericht. Mooi, hij ligt dus ook op schema! We treffen hier ook een paar andere leden van CS030. Even stoom afblazen, ervaringen uitwisselen en daarna gaan Irma en ik snel weer door. Op naar de Giau, de zwaarste klim uit de tocht. En poeh, die doet zeer! De klim wordt er niet minder lang of steil van, maar het helpt zeker als we mensen blijven inhalen én we op onze fietsen kunnen blijven zitten. Eenmaal boven kunnen we ook deze afstrepen van ons lijstje. Op naar de Falzarego. Ook deze klim is best pittig, zo na de Giau. Het helpt dat we Jos tegenkomen, die voor ons gaat rijden. Met z’n drieën ploeteren we naar boven.

Kop-over-kop naar de finish

Daarna wacht nog de Mur dl Giat, opnieuw een pijnlijke klim na zo’n enorme rit. Eenmaal boven bedenken Irma en ik ons dat we nog een laatste tijdslimiet moeten halen. Daarvoor hebben we nog zes minuten, doortrappen dus! Kop-over-kop rijden we naar de finish. We passen fietsers, auto’s en motoren. Met het laatste beetje energie sprinten we over de finish; we zijn op tijd! Op de video hoor ik later mijn ietwat vrouwelijke ‘oerkreet’. Wat een ontlading, we hebben het gehaald! De medaille die we krijgen, hangen we dan ook met trots om onze nek.

Als in een roes heb ik deze dag beleefd, het ging zo snel allemaal (behalve de beklimming van de Giau, die duurde eindeloos). Hier hebben we een half jaar voor getraind en nu is het voorbij. Ik kan het nog niet helemaal bevatten. De dagen erna geniet ik na van deze belevenis en prestatie. Om daarna eens na te denken over een nieuw doel, want dit smaakt naar meer! En mijn motto voor de Maratona, geleend van Pipi Langkous, die zet ik ook in voor mijn volgende doel: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”

Leden Login