De Utrechtse
Wielervereniging

Van het ene avontuur in het andere

Met een biertje in de hand en de voetjes in het zand, heb ik de afgelopen twee weken tijdens een fietsloze vakantie zitten broeden op een laatste update. Met de clubdag en het Nederlands Clubkampioenschap (NCK) nog in het vooruitzicht, zit het WDT-seizoen er zo goed als op! Ik kan me de zenuwen voor de eerste koers in maart nog als de dag van gisteren herinneren. Inmiddels zijn we zes maanden en zo’n 16 koersdagen verder, de criteriums niet meegeteld.

Tijdens CS-trainingen krijg ik vaker de vraag: en, hoe vond je het je eerste seizoen? Het antwoord is een combinatie van superleuk, leerzaam, gezellig (buiten de koers dan), spannend, soms doodeng en – als ik eerlijk ben – ook weleens niet zo leuk. De wedstrijden na mijn laatste update gingen met ups en downs: de downs vooral omdat ik af en toe rillend als een rietje op m’n fiets zat en me daardoor af vroeg of dit nou wel mijn ding was en ik niet beter gewoon alleen een hoge berg op kon gaan fietsen. Maar gesterkt door de ploeg en de ervaringen van de andere meiden ging ik dit seizoen ‘gewoon’ afmaken. Langzaam maar zeker is de angst voor de valpartijen tussen de oren aardig verdwenen, maar de durfal in mij (of bitch) moet nog wel op staan om een hele koers in het peloton uit te kunnen rijden. Ook merkte ik de laatste weken dat zo’n wedstrijdseizoen van maart tot en met augustus (met een kleine break tussendoor) voor mij geen kattenpis is. Het lijf en het hoofd vonden het niet alleen lang, maar hadden ook tijd nodig om aan alles te wennen. Toen ik in de Ronde van Beverwijk weer in de chasse-patate belandde, was de conclusie dan ook dat ik minimaal één if twee seizoenen zou moeten meedraaien om het koersen echt onder de knie krijgen en het spelletje te doorgronden.

Dat zie ik ook in de ploeg, waar meiden als Tessa (Hoogma) en Roos (Anneveldt), het afgelopen jaar steeds beter zijn gaan rijden en waar ik supertrots naar keek tijdens het NK. En ik zag het ook nog maar eens bevestigd tijdens het finaleweekend in Usquert, waar zowel de koersradio als wij keihard hebben gejuicht toen Laura Gorter als eerste solo over de streep kwam! Het is mooi om mee te maken hoe deze meiden zich ontwikkelen in het peloton. Met totaal andere ogen keek ik deze zomer naar de Giro, de Tour, en natuurlijk de Olympische Spelen. Op het moment dat ik de val van Annemiek van Vleuten zag, dacht ik aan stoppen. Maar toen ik het volgende moment Anna van der Breggen Olympisch kampioen zag worden, stond ik te springen in de woonkamer en relaiseerde ik me wat voor geweldige sport het wielrennen is. Stiekem dacht ik erna: ha, heb ik in m’n eerste jaar toch mooi met de Olympisch kampioen gekoerst! Zij het kort en met grote verschillen, maar toch is het een enorme inspiratiebron en geeft het een boost om met deze meiden te mogen koersen.

Dus, misschien is het juiste antwoord op de vraag hoe ik het eerste seizoen vond wel vooral: avontuurlijk! En kan ik tegen alle meiden die het WDT voor komend seizoen overwegen alleen maar zeggen: doen!! Ploegleider Jasper (den Hartog) zei me aan het begin dat fietsen hierna nooit meer hetzelfde zal zijn, en dat kan ik inmiddels alleen maar beamen. Tuurlijk vraagt het WDT veel tijd, en soms ook bloed, zweet en tranen. Maar je leert enorm veel over jezelf, je ploeggenoten, de sport, trainen, koersen, je gaat harder fietsen dan je ooit hebt gedaan, krijgt dikke benen en billen en leert een flink potje schelden. Wat wil een renster nog meer:-)?

De moraal van dit verhaal zou dus eigenlijk moeten zijn dat ik nog minimaal een seizoen doorga en vast vooruitblik op volgend jaar. Ware het niet dat er tussen Beverwijk en Usquert een ander avontuur op mijn pad kwam. Een avontuur dat, net zoals het WDT vorig jaar, een beetje nu of nooit is. En aangezien het me wél duidelijk is dat ik waarschijnlijk niet het talent heb om het op mijn 32ste het nog heel ver te schoppen in het peloton, heb ik besloten om van het WDT-avontuur naar een nieuw avontuur te gaan: op 1 december vertrek ik samen met mijn vriend voor twee jaar naar Myanmar, waar ik een nieuwe baan heb gekregen binnen Oxfam (de ontwikkelingsorganisatie waar ik nu ook voor werk). De racefiets gaat in de opslag en de mountainbike met fietstassen voor de fietsvakantie gaan mee. Van een afstand hoop ik alle WDT- en CS-avonturen te kunnen blijven volgen, en wie weet zie ik dan ook mooie beelden van voormalige, huidige en toekomstige WDT-dames op het podium. Tot ziens!

Leden Login