WK gravel 2023: een verslag van Roland Blommestein

Roland deed mee en schreef een gaaf stuk over zijn aanloop naar en ervaringen van het WK gravel 2023!

Voor me: een lege weg. Achter me: niemand te zien. Hmmm.

15 minuten eerder was ik nog aan ’t overleven. In een gi-gan-ti-sche stofwolk, kilometerslang. Ik zag niet verder dan twee rijen voor me. Zwoegende silhouetten, stenen, gepuf, rondstuiterende bidons, meer stenen, geschreeuw, C-H-A-O-S!

Ik reed lek en moest een bandje wisselen.
Volgens de teller heb ik 28 kilometer afgelegd. Er resteren er nog 134. Huidige snelheid? 0 km/h.
En het peloton? Foetsie.

Ik stap op, laat de serene rust over me heen komen en schakel naar een fatsoenlijk verzet. De koers is voorbij én herbegint. Dit is mijn WK Gravel 2023.

DAG -221Februari, Gran Canaria
Samen met Wies zit ik op een berg in het binnenland van dit fijne eiland. Na een week met z’n drieën schitterende rondjes te hebben gefietst - Hetty was daar ook van de partij 😊 – gaan we nu nog een dag of 5 hiken. We zitten in een relaxt hostel, uitgebaat door Italianen. Het is er heerlijk rustig, er wordt voor ons gekookt (chill!) en vanaf hier kun je fantastisch hiken.

Om te hiken heb je volgens mij niet zoveel nodig. Ik heb vrij minimaal gepakt voor dít gedeelte van de vakantie, dus koop op de valreep in Las Palmas voor een paar tientjes een jasje en een prachtige, wijnrode paraplu. Een paraplu om te hiken?! Ja man! En oh ja, ook nog twee paar sokken die vies mogen worden (m’n hagelwitte fietssokken moeten natuurlijk wit blijven, dat begrijp je).

Ok, ik ben er klaar voor. Het enige wat we hoeven te doen is elke dag 20 tot 24 kilometer afleggen. Dat kan ik wel. Of nou ja, dat hoop ik dan maar.

’s Avonds hangen we bij de houtkachel, lezen een boek. Wies staart van een afstandje naar een zojuist binnengestapt heerschap. Deze meneer komt haar ergens bekend voor, maar waarvan dan? Eureka, het blijkt een kerel van een vakantie ooit in Peru, 100 miljoen miljard jaar geleden. Haha, kleine wereld!

We raken aan de praat en op een gegeven moment draait het onderwerp richting ‘eten’.
Vorige week had ik toetjesgoesting en bedacht ik dat ik met de in de keuken aanwezige halfgare garde en kom wel tiramisu kon maken. Nou, zéker weten, het duurt alleen gewoon wat langer.
Enfin, díe tiramisu is nu dus onderwerp van gesprek geworden. Komt Peru-meneer ineens op de proppen met dat er een WK Tiramisu is. In Italië. Wát, een WK Tiramisu eten?! Nou, dat is er misschien ook wel, maar dit betreft het WK Tiramisu máken. En het mooie? Iedereen kan meedoen! Kun je dus gewoon wereldkampioen tiramisu maken worden, geniaal!

Dit klinkt briljant! Ik zoek op wanneer het is. Begin oktober, Treviso, Italië. Plannen voor dit jaar had ik nog niet, nu wel. Althans, het begin is er.

DAG -81Een tijdje terug wijst een vriend me op een WK-Gravel-kwalificatiewedstrijd: de Gravel One Fifty in Drenthe, op 15 juli. Of dat niet iets voor mij is?! Ja, eigenlijk wel!
Zonder al teveel verwachtingen rijd ik in de vroege ochtenduren naar Drenthe. Het wordt m’n eerste koers in 5 jaar. Uiteraard sta ik weer helemaal achteraan in ‘t startvak. Sommige dingen veranderen nou eenmaal niet.
Het doel vandaag? Een leuke dag hebben, lekker boren, mezelf vermaken. Kwalificatie zou mooi meegenomen zijn, maar is geen must. Support heb ik niet, dus bidons moet ik zelf onderweg bijvullen. Tijdens de koers blijk ik daarin ongeveer de enige te zijn, maar de benen kunnen ’t hebben en het gaat eigenlijk wel prima. Zelfs zo prima dat ik gekwalificeerd ben voor het WK Gravel!

En dat WK Gravel blijkt in dezelfde omgeving als het WK Tiramisu te zijn. En óók nog in hetzelfde weekend! Wat zullen we nou beleven?! Kan ik voor een nog nooit vertoonde dubbel gaan?! Snode plannen ontvouwen zich.

DAG 0Utrecht → San Zenone degli Ezzelini, Treviso
We zijn op weg naar Treviso, Italië. Hier heb ik máánden naar uitgekeken. Het gaat gebeuren!
Ik zit met Gravelgangster G in de auto. De rolverdeling is eenvoudig: ik stuur, hij draait als een volleerd DJ de hele rit fijne houseplaatjes/sets en obscure rap. Goeie shit! Achterin de auto: gravelbikes en alle toebehoren. Oók achterin de auto: een koelbox met een proefbatch tiramisu. In wijnglazen. Het oog wil tenslotte ook wat.

’s Avonds laat rollen we de oprit van de geboekte agriturismo op. Een paar minuten eerder is de andere auto gearriveerd met daarin Wies, Daan (oud-CS) en Sjoerd (niet-CS). Ciao!
DAG 1Veneto, Italië
Morgen zijn de voorronden van het WK Tiramisu. Als je die overleeft, mag je zondag terugkomen voor de halve finale en eventueel de finale. Dit alles vindt plaats op krap 45 minuten rijden van ons huis. Pohhh, het kriebelt!!

Ondertussen zoeken we de nodige fietsspullen bij elkaar, want we gaan de tweede lus van het WK Gravel verkennen. Dat rondje is zo’n 70 kilometer, met eerst vooral vlak en aan ’t eind een aantal klimmetjes.
M’n lijf is de 27 fietsuren van vorige week in Frankrijk en alle autokilometers nog aan het verteren en heeft er vandaag weinig zin in. Had ik ook wel verwacht. Gravelgangster G - sommigen zullen ‘m kennen als Goswinus - en Daan fietsen hun tempo, ik het mijne: piano piano. Wies rijdt een gedéelte van de lus, inclusief de finale. Sjoerd op zijn beurt bewaakt het fort (lees: hij moet vandaag nog werken).

Vóór de fietsrit verkennen we een deel van de aanloop, met de auto. De finishplek – Pieve di Soligo – is namelijk ergens anders dan waar we starten: Lago De Bandie in Spresiano (precíes op die plek won Lars Boom in 2008 trouwens het WK Cyclocross).
De eerste gravelstrook is nog vrij lieflijk, maar de tweede is knap heftig: stenen, stenen, stenen. En stof. Héél veel wit, opwaaiend stof. Na tig kilometer van dit wordt de weg geblokkeerd door een vrachtauto. De chauffeur maakt duidelijk dat we verderop niet verder kunnen. Althans, niet met de auto. “Ok Mateo, grazie mille!” Gelukkig zijn we eigenwijs, rijden een stukje terug om via een c-‘weggetje’ vervolgens … inderdaad niet verder te kunnen. Mateo had (uiteraard) gelijk, magnificamente!

Wat ondertussen al meer dan duidelijk is geworden: dit parkoers kan ab-so-luut niet op de racefiets worden verreden. Ook niet met brede(re) banden. Voorafgaand hieraan hebben we nog gefilosofeerd over starten op de wegfiets, maar in tegenstelling tot vorig jaar is er nu een écht gravelparkoers. 

’s Avonds komt de tiramisu op tafel. Met een zeefje breng ik het laagje cacaopoeder aan. Wat vindt de plaatselijke jury ervan? Ik vind het spannend. Verder smeden we plannen voor morgen.
DAG 2Het is ietwat overdreven om te stellen dat de teleurstelling niet groter kon zijn, maar toen me duidelijk werd dat de mannenwedstrijd van ’t WK Gravel op 8 oktober was en dus op dezelfde dag als de halve finale en finale van het WK Tiramisu was ik toch een beetje sip. Natuurlijk, ik zou alsnog de voorronde kunnen doen, want het is vast geen sinecure die überhaupt te overleven als je uitkomt tegen een leger Italiaanse nonna’s 🙂 Maar stel nou dat ik de voorronde overleef, dan kán ik niet eens meedoen op de zondag.
Hoe spijtig ook, er gaat een streep door het WK waar m’n winkans groter dan nul is. Want laten we wel zijn, het WK Gravel ga ik natuurlijk nóóit winnen.

Geen tiramisu-voorrondes dus, zodoende genoeg tijd voor het verkennen van de eerste lus. Deze is zo’n 50 kilometer en kent ook een aantal klimmetjes. En op de een of andere manier lijken ze hier alleen maar steile klimmetjes te hebben. Kanonne zeg! #@*&!

Zoals ik had verwacht (en gehoopt) werkt het lijf vandaag beter, maar de conclusie voor zondag is duidelijk: het wordt taai!

Het rondje zit erop, we zijn weer terug in Pieve di Soligo. Heb me net even omgekleed bij de auto en sta nu in de rij voor het startpakket. Of de startbescheiden zoals je wil (waarom heet dat eigenlijk zo?). Het begrip piano piano hebben ze hier uitgevonden lijkt wel, het duurt echt bokkelang. Waar zeker niet over geklaagd hoeft te worden is ’t weer. Wederom een zonovergoten dag, heer-lijk! En morgen en zondag wordt ‘t nóg warmer.
Had van Wies – zij reed vandaag een korter rondje en heeft haar startnummer reeds opgehaald – al begrepen dat het wachten vrij lang zou kunnen duren. Daarom sta ik hier nu onder m’n uitgeklapte paraplu. Scheelt enorm! Ook wel een vereiste trouwens, want besta tenslotte voor tenminste 50% uit suiker. Bij regen smelt ik, bij teveel warmte start het karameliseringsproces. Best onhandig, dus lang leve de paraplu. 
DAG 3Vandaag rijden de vrouwen. Wies-tijd dus! De avond van tevoren wordt met behulp van legio wiskundige formules én het meegebrachte Binas de ideale voedingsstrategie uitgedokterd. Er zijn bidons (Maurten en Iso) en reservebidons, allemaal genummerd. Daarnaast nemen we een pomp mee en zijn er ingevlogen wielsets. Dat laatste puur voor calamiteiten.

Mijn rol? Ik sta vooraan in de eerste bevoorradingszone in Pieve di Soligo, gewapend met een Maurten-bidon en m’n wijnrode lievelingsplu uit Gran Canaria. Die paraplu is ideaal als herkenbaar iets als je aan komt racen, want er staan dus écht superveel mensen eten en drinken aan te geven. Iets verderop staat Goswinus met een Iso-bidon. Daan en Sjoerd hebben Wies ondersteund bij de start en zijn op weg hier naartoe, maar het is nogal druk op de weg. Het is de vraag of ze op tijd arriveren voor de eerste bevoorrading. Het masterplan omvat namelijk dat Daan en Sjoerd ná Goswinus met reservebidons in beide bevoorradingszones staan, mocht Wies onverhoopt een bidon bij mij of Goswinus missen. 

img_20231012_wa00801_1.jpg
Over Wies gesproken: zij kan als regerend Wereldkampioen Gran Fondo dus gewoon voor de dubbel gaan. En dat is ook het doel. Florian Vermeersch zou zeggen “Dat is de doel”.

De eerste bevoorrading: als een geoliede machine. Wies zit in de goede groep en heeft beide bidons aangepakt. Top! Iets later een bericht in de WhatsApp-groep: “Twee keer lek. Ik heb patronen, pluggen en een fietspomp nodig zo. Ga ik m’n inhaalrace doen nu. Doei!”. Shiiiiiiiiii', iets minder top.

We staan in de tweede bevoorradingszone in Pieve di Soligo, in afwachting van Wies. Als gevolg van Wies’ geluidsbericht hebben we de mogelijke taken als een heus F1-pitteam verdeeld. Hoe sneller, hoe beter tenslotte. Een aantal concurrenten - duidelijk herkenbaar aan de roze nummers - zwoegt voorbij. Dan verschijnt Wies. Nieuwe bidons, band bijpompen, gaan! Ik heb de stop niet geklokt, maar het was snel!

img_20231009_wa0013_1.jpg

Wat later blijkt is dat de gebruikte plugs niet afdoende zijn; er ontsnapt constant lucht langs de velgrand. Dat betekent stoppen (en ingehaald worden) - bijpompen - mensen inhalen - repeat. Kun je nog 10 x de benen van Demi Vollering hebben en de technische skills van Niewiadoma, met dit gedoe win je de koers niet. Maar ja, ook dat is gravel. Uiteindelijk alsnog P9 voor Wiesje, bravi!
DAG 4In het startvak staan Goswinus, Sjoerd en ik naast de enige echte Johnny Hoogerland. Volgens mij is Johnny misschien wel dé favoriet in onze age group, maar hij staat helemaal achteraan een beetje te ouwehoeren met een of andere Italiaan en lijkt zich totaal niet druk te maken over wat komen gaat.

Kort voor de start klinkt het Il Canto degli Italiani, het Italiaanse volkslied. We staan wat ver weg om ’t écht goed mee te krijgen, maar er staat daar dus pal voor het elite-startvak een heuse tenor dit schit-te-ren-de lied voor te dragen. Als ik later de live-registratie terugkijk, krijg ik alsnog kippenvel. Geen land ter wereld kan dit soort dingen beter dan Italië, bellissimo!

Pang. Of nou ja, pang? De meute komt op gang, de koers start. En het is ook meteen koers. Na 50 meter ligt er al iemand op de grond! Ik stuur er omheen. En doorrrr.

Het devies in het begin van een koers: opschuiven naar voren. Opschuiven, opschuiven, opschuiven. Ik schúif op, maar vooral naar achter. We rijden over stroken die we op dag 1 met de auto hebben verkend, maar het gaat nu veel harder. We arriveren op de eerste échte gravelstrook en ik word werkelijk aan alle kanten voorbij gereden. Bij de droge rivierbedding - een serieuze kuil - proberen lui van de age group die na ons is gestart haast door me heen te fietsen. Dit is niet chill. Vervolgens rijd ik me ook nog vast en kom niet in m’n pedaal. Ik probeer de rust te bewaren en denk ‘Ach, het is nog heul ver’. Ondertussen zie ik links en rechts renners langs de kant van de weg staan. Het is een lekkebandenfestival, ik ga wat dat betreft nog goed.

Bravi!”, “Dai, dai!” en applaus klinkt vanaf de kanten. Er staat echt súperveel volk te kijken, vet gaaf! Dit is de eerste klim van het WK Gravel 2023. De gravelstrook van zojuist? Overleefd. Of nou ja, gravel? Het waren héél veel stenen, je had dus die gekke rivierbedding en zóveel opwaaiend wit stof dat je niet verder dan twee rijen voor je kon zien. Eerlijk gezegd vond ik ’t een beetje eng en hield zodoende wat ruimte voor me, ook in een poging nog wat stenen te kunnen ontwijken.

Enfin, ik rijd ergens omhoog en voel ineens m’n voorvelg op een scherp randje. Oei! Tegelijkertijd maak ik ervan ‘Misschien is er gewoon 1 bar uit m’n band en kan ik met wat bijpompen gewoon verder’. Langs de kant speur ik naar iemand met een vloerpomp. Maar waar ik ook kijk, geen pomp te bekennen.
Ik besluit het over een andere boeg te gooien: waar mensen staan, roep ik “Pump! Pump!”. Het sorteert effect, maar niet helemaal wat ik voor ogen heb. Ze beginnen namelijk te klappen en me aan te moedigen. Hahaha. Zit hier grijnzend op de fiets, maar ondertussen loopt m’n band langzaam verder leeg.

Mijn hoopgevende gedachte van zojuist klopt deels. Er zat inderdaad wel een bar minder in m’n band, maar nu is zo ongeveer álle lucht er wel uit. Shit! We zijn 50 minuten onderweg, ik fiets bijna op de velg en er hangen wat mannen in m’n wiel. Dit stuk heb ik niet verkend, maar het begint naar beneden te lopen. Op de velg afdalen klinkt op zich wel episch maar is tegelijkertijd vragen om problemen. Ik stop maar om het bandje te wisselen. Een vriendelijke Italiaan helpt me waar mogelijk. Ik jas 1,5 patroontje erin ‘want dan gaat ‘ie vast niet meer lek’. De Italiaan, Paolo heet ‘ie, geef ik als souvenir m’n lekke binnenband. “Grazie e arrivederci, Paolo!” en stap op.

Voor me: een lege weg. Achter me: niemand te zien. Ik laat de serene rust over me heen komen en schakel naar een fatsoenlijk verzet. Er staat pas 28 kilometer op de teller, het is nog 134 kilometer, hup!

Het voordeel van alleen rijden is dat je overal de ideale lijn kunt kiezen. Alle kruispunten zijn afgezet en het voelt haast alsof ik met een epische solo bezig ben. Misschien is dat ’t ook wel (een beetje) het geval, jammer dat ‘t aan de verkeerde kant van het peloton is. Ach ja.

Van alle kanten vliegen de aanmoedigingen me om de oren. Een enkeling houdt het op “Guarda qui, van der Poel!”. Haha, het doet me goed en ik begin aan m’n inhaalrace (voor zover je daarvan kunt spreken). Iedereen die ik inhaal, gaat óf in m’n wiel hangen of denkt er niet eens over aan te pikken.

Het is zaak verstandig te zijn, mezelf niet meteen kapot te rijden en vooral te eten en te drinken. Het is tenslotte nog ver zat. Ben gestart met twee kleine bidons en die moeten leeg zodra ik voor de eerste keer Pieve di Soligo doorkom.
Moederziel alleen arriveer ik in de bevoorradingszone. Ik zoek naar Wies en/of een paraplu. Ik ontwaar haar in de mensenmeute, stop even en maak duidelijk dat ik niet per se haast heb. Er is tenslotte toch geen groepje dat ik kwijt kan raken. Cynisch? Och 
😉Vervolgens murmel ik nog wat over een lekke band, krijg twee nieuwe bidons en ga weer op weg. De teller zegt 42 kilometer.

Iets verder krijg ik een halve inzinking. Ik fiets hier gewoon echt in niemandsland, bijna alle gevoel van koers ontbreekt en heb er simpelweg even geen zin meer in. Niet dat ik wil stoppen, maar vraag me wel af wat ik hier in hemelsnaam aan ’t doen ben?!

Het devies: daar zo snel mogelijk korte metten mee maken. Maar hoe? Hmm, oh ja, had een paar doelen voor vandaag bedacht. ‘Finishen’ was er daar één van. ‘Een leuke dag hebben’ een ander. Nou Roland, voor beide is het wel handig als je doorfietst. Ondertussen denk ik aan een podcast met Annemiek van Vleuten, waarin zij haar levensmotto “Accept. Adapt. Move on” zo ongeveer prevelt. De gedachte daaraan helpt gelukkig. De goestingmeter geeft weer ietsje meer aan.

Ondertussen is het al serieus warm geworden. In tegenstelling tot de gemiddelde cyclo startte dit gebeuren namelijk om kwart voor 11. Heerlijk, uitslapen! Het nadeel: de Italiaanse mussen vallen ondertussen van ‘t dak en het is nog 110 kilometer.
Overal waar mensen staan met water pak ik het nu aan. Ik giet het naar binnen of over me heen. Nog nooit heb ik zoveel gedronken tijdens een fietsrit, maar ik merk dat het nodig is.

Deze lus kent geen verrassingen, maar wat is het prachtig fietsen hier! Ik geniet. Beetje gravel en een stuk of wat klimmetjes, waaronder de Nogarolo (0,7 km, 11,6% gemiddeld) en de Ca’ del Poggio (1,2 km, 12,3%). Op papier klinkt dat misschien niet heel lastig, in de praktijk komt ’t neer op gewoon lomp harken. Die Nogarolo piekt echt vies steil. De Poggio zit op 82 kilometer, ben je dus op de helft. Ik herken daar Herman (oud-CS), die langs de kant van de weg zit. Ik herken dus nog mensen, een goed teken. Hij rent even mee (ja, rent, ik ga tenslotte echt kei-hard op deze muur 
😉), hij moedigt me aan met wat mooie woorden en geeft me nog een zetje. Ik voel me hier nog vrij ok, al gingen al deze klimmetjes een paar dagen terug wel nét iets makkelijker dan nu, maar à la.

M’n inhaalrace staat aan. Nog een klein klimmetje en ik bol Pieve di Soligo weer binnen. Bevoorradingstijd! Onderweg heb ik Wies geappt of ze misschien bananen kan regelen. Dat is weliswaar niet gelukt, maar er zijn tal van andere opties. Ik kies voor het broodje kaas, om mee te nemen. Heb ik gewoon zin in.
M’n twee bidons heb ik weer netjes leeg en krijg twee volle ervoor terug. Of ik nog meer wil?! Er is bijvoorbeeld een Maurten-bidon van ¾ liter van Daan over. Ehhhh, ja, doe maar! Ik hengst dat ding in één teug naar binnen (mogelijk de snelste Maurten-adt óóit in de wereldgeschiedenis) en ga weer op pad. De teller zegt 92 kilometer, er resteren nog 70 kilometers.

De eerste 45 kilometer van deze lus zijn vrij vlak, maar wel met veel gravel. Ik ben nog steeds lekker pacman aan ’t spelen, maar een of andere Italiaan heeft zich in m’n wiel genesteld. Van mij hoeft ‘ie niet over te nemen, maar als ik af en toe even de benen stil houd om te kijken wat ‘ie doet, hoor ik telkens heel demonstratief “Pffffffff”. Voor de rest zegt ‘ie niets. Geen woord.
Eerlijk gezegd vind ik ’t een beetje vermoeiend en ik maak er maar een spelletje van ‘m een beetje te jeuken. Talloze keren na een bochtje even een mini-demarrage. Nou, het enige wat ‘ie telkens doet is het gat dichtrijden, weer in ’t wiel gaan hangen en niets zeggen. Haha, wat een figuur.

Ik rijd een bevoorrading voorbij en zie nét te laat dat ze daar dus gewoon bananen hebben. Bananen! In de ankers, omdraaien en meegrissen! Mijn Italiaanse vriend - ik heb echt géén idee hoe ‘ie heet – fietst ondertussen verder. Als ik ‘m even later weer in het zicht krijg, zit ‘ie al om te kijken waar ik blijf. Drie keer raden wat er gebeurt als ik langszij kom. Juist!
Ik groet ‘m met “Ciao!”. Het antwoord: “……”.

Dit hele stuk is eigenlijk best wel tof, want je slingert op gravelstroken door enorme wijngaarden. En het is vrij vlak, dus je kunt lekker doorfietsen. En dat lukt best aardig, want voel me nog vrij fris. Wat betreft die wijngaarden: ik heb me laten vertellen dat dit de Prosecco-streek is. Verklaart ook de fles Prosecco in het startpakket. Olé!
Ondertussen pik ik nog een half dozijn stervelingen op. Ze nestelen zich in het wiel van de Italiaan.

Goed, de afsluitende heuvelpassage komt eraan. Heuvels met wijnranken erop, en slingerende weggetjes omhoog en naar beneden. Er staat ondertussen 137 kilometer op de teller, nog 25 te gaan dus! In die 25 kilometer vier gecategoriseerde klimmetjes. De eerste? De San Vigilio. 400 meter, 15,5% gemiddeld, 22% maximaal. Het is hier echt prachtig, maar goeie genade, wat een pleurisding. Mijn Italiaanse vriend brengt zowaar iets uit. Kan het niet thuisbrengen, maar gok op een Italiaans scheldwoord. Ik denk arrivederci maat en zie ‘m niet meer terug. De rest lost ook. Het is hier echt omhoog kruipen, maar ik ga nog vooruit. Ik weiger op m’n tellertje te kijken, maar zie achteraf dat deze 400 meter met 8,6 km/h gemiddeld ging. Ter vergelijk, Johnny Hoogerland rijdt hetzelfde stuk aan 11,4 km/h gemiddeld. En die gepensioneerde Spanjaard met de naam Valverde? 13,5 km/h gemiddeld. Haha, briljant!

Over 7 kilometer volgt de volgende klim. 2,4 kilometer, 6,4% gemiddeld. Maar eerst nog gekke bochtjes, een bruggetje, langs een tennisveld, meerdere rivierbeddinkjes doorkruisen, veel stenen, wijngaarden, wijngaarden, wijngaarden. Ze hebben goed hun best gedaan op ’t parkoers, dikke prima  dit!

Ik slinger door de wijngaarden omhoog. De klim is begonnen. Haarspeldbocht rechtsaf, stukje rechtdoor, haarspeldbocht linksaf, stukje rechtdoor, etc. Het loopt hier echt voor geen meter. Bij de verkenning ging dit nog ok, nu gaat het lampje ineens langzaam uit. Leuk die 6,4% gemiddeld, maar je koopt er niets voor. Bovenaan bij het huis is het scherp linksaf. Oh ja, dat karrespoor dwars door de wijngaard. Misschien wel m’n favoriete stukje van het heeeeeeele parkoers, wauwwww! Van de week was de boer nog vrolijk aan ’t zwaaien, nu zie ik ‘m niet. Een kleine smet op ‘t geheel, maar dat maakt ’t hier niet minder mooi. 

Er volgt een afdaling. Scherpe bochten, stenen, lastig! Daarna gaat het meteen weer omhoog. De klim is nog verre van afgelopen.. Het wegdek is van beton en er zitten van die dwarssleuven in. Nou, dat weet je wel hoe laat het is. Geen flauw idee hoe steil het hier precies is, maar steil is het. Ik worstel me omhoog, onverharde en ‘verharde’ stroken wisselen zich hier af.

Een bocht naar links. De Garmin zegt 19%, het voelt als dertig. Er staat een knakker langs de kant met een kettingzaag zonder ketting? Of ik weet niet wat het eigenlijk is, maar het maakt echt een TERINGHERRIE, nait normoal. Z’n shirtloze maten maken er een sport van mensen (een stukje) te duwen. Dit komt echt als geroepen, want ik zie scheel en krijg de pedalen niet meer fatsoenlijk rond. Iets verderop duwen twee kleine jongetjes me samen een stukje omhoog. “Graziiieeeee” weet ik nog uit te brengen en begin aan de afdaling.

De helicopterbeelden van dit stuk zijn adembenemend, ik probeer vooral heelhuids beneden te komen. Het is best technisch en alle technische skills die ik al had – niet bijzonder veel - zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Als een oud omaatje in een mintgroene Nissan Micra rijd ik vierkant naar beneden. Eén geluk: m’n remmen doen het nog.

Onderaan is het rechtsaf en direct omhoog. De een-na-laatste klim: Le Tenade. 900 meter, 6,5% gemiddeld, maximaal 12%. Op dit moment bestaan er geen makkelijke klimmetjes meer. Zelfs een vluchtheuvel voelt als een muur aan. Vreemd genoeg gaat deze klim dan nog vrij aardig. Bovenop is het nog 15 kilometer, waarvan de eerste 6 kilometer naar beneden. Even bijkomen en wat proberen te sparen voor de slotklim.

De laatste bevoorrading. Wies geeft me een bidon en verderop weet ik zowaar het bochtje naar rechts over ’t bruggetje met het paaltje in 1 x te halen. Van de week had ik daar nog vier pogingen voor nodig. Er gaan dus ook nog wel dingen goed. 
😜

De laatste klim nadert. Het ding heet Collagu’ en het profiel zegt: 1,4 kilometer aan 11,8% gemiddeld. Bij de verkenning ging dit niet zo snel, maar het ging. Nu zit ik me serieus af te vragen of ik hier überhaupt boven ga komen. Het is ieder voor zich. En vooral blijven trappen.
Voor me doemt een Nederlander op die 162 kilometer niet ver genoeg vindt, want hij slalomt van links naar rechts. Ik fiets wat meer rechtdoor, maar dit is harken met hoofdletters. De hersenen komen als gebraden kroketten uit m’n oren, maar ik weet, na de bocht linksaf ben ik bijna boven. Ik haal m’n landgenoot in. Het gaat hier met 20% omhoog. Ik kán niet meer. Precies op ‘t moment dat ik zo ongeveer de berm inslinger staat er een gast die vraagt “Push?!”. Een retorische vraag, maar ik weet nog net “Yesssssszzfvejvoejjvoeve” uit te brengen. Dit is hemels, want anders had ik serieus moeten lopen.

Ik ben boven. En kapotstuk.

Daar gaat ’t linksaf en metéén rechts, allejezussteil naar beneden, met grote, losse stenen. Best wel leip eigenlijk! In de verkenning ging dit verrassend goed, laverend tussen mensen door die naar beneden aan het lopen waren. Ik hang weer zo ver mogelijk achter m’n zadel en tegelijkertijd vol in de ankers. Hoppa, wéér gelukt!

Vervolgens afdalen naar de finish, yay! Verrek, het gaat hier nou weer omhoog?! Oh ja, dat was ook zo, helemaal vergeten. Gelukkig is het niet al te lang. De échte afdaling begint, met daarin nog een teringsteil stuk over een soort kasseien. Ik rammel compleet uit elkaar en moet hardop lachen, puur omdat dit gewoon een bizar stuk is. En ook wel omdat ik simpelweg zelf ook stuk zit. Het publiek langs de kant van de weg lacht met me mee, ik heb een flauw vermoeden dat zij er hetzelfde over denken.

Dan nog een asfaltmuur naar beneden waar je op papier de remmen niet aan zou hoeven raken, maar ik besluit nog maar een paar keer te kijken of m’n remmen het nog doen.

Ja. Ze doen het nog.

Het laatste stukje. Een brugje over, rechts, links, onverhard, die gevel ontwijken, smal, bellen omdat er een echtpaar op e-bikes pontificaal in de weg fietst, alles.

Nog twee bochten. Geloof ik.

Ineens zit er een Duitser in m’n wiel. Waar komt die nou ineens vandaan?! En … hoe kom ik er vanaf? Ik kies ervoor om op kop te gaan rijden met een acceptabel tempo. In de volgende 500 meter kijk ik ongeveer 28 x om. Dit is koers in een koers! Kan ik na 162 kilometer nog een fatsoenlijke sprint uit m’n benen persen? Normaal gesproken is dat al een lastig verhaal, maar nu?! Ik ga aan en verwacht eigenlijk dat ik kansloos voorbij wordt gesprint, maar de Duitser lost op het laatste hellende stukje. Ha, lekker!

Finish.

Ik zoek bekend volk en vind ‘t. Iedereen heeft prachtige verhalen. Wat een machtig mooi en briljant parkoers was dit! Meer mensen heb het over kettingzaagman. Hij stond er dus echt. Er wordt Cola en een glas bier in m’n handen gedrukt. Ik laat het me smaken, het wil er verrassend goed in.

Ik ben 71e van de 96 finishers in m’n categorie. Het zal wel. Goswinus eindigt op P47, Sjoerd op P77. Johnny wint overigens in mijn age group, wat een baas! Daan valt P23 ten deel in zijn age group, netjes!
Over grappige uitslagen gesproken: zowel Niewiadoma als Mohorič - beiden zijn wereldkampioen gravel bij de elites geworden – zeggen dat dit hun eerste gravelwedstrijd óóit is. Wat ik daarvan vind weet ik eigenlijk niet. Boeit verder ook niet. Verder winnen ex-profs Samuel Sanchez in de categorie 45-49 en Laurent Brochard in de categorie 55-59.

Ok. Meer dan genoeg onnuttige feitjes.

Even later voel ik me eigenlijk best wel weer ok en rijd met kopman Daan naar de startplek om de auto op te halen. Veel haast hebben we niet, dus we kunnen bij een plaatselijke pasticceria nog even wat taartjes naar binnen proppen.🙂 Vervolgens naar ’t huisje, even opfrissen en pizza eten en bier drinken in de plaatselijke pizzatent. Verdiend tot en met.

DAG 4+GEEN IDEE HOEVEEL De gravelbike staat al een paar weken werkeloos in de woonkamer. Dik onder ‘t Italiaanse stof, de voorband plat en het omgevouwen stuurbord verraadt nog de ambitie van die achtste oktober in Veneto. Het is een beetje zoals de winnende Roubaix-fiets van Niki Terpstra op het Specialized-hoofdkantoor. Het stof en de modder er nog op, verder onaangeroerd. Daar houdt de vergelijking ook meteen wel een beetje op.😉

Ondertussen dagdroom ik al over het WK Gravel 2024. In Leuven. Waar de mensen nóg wielergekker zijn dan in Italië. Tijd om te dagdromen is er trouwens genoeg, want heb als extra souvenir een covidje meegenomen uit Italië. En die doet me ietwat denken aan de laatste klimmetjes van ‘t WK: tamelijk taai. Zodoende noodgedwongen meteen de offseason aangezwengeld.

Ik kom thuis van een wandelingetje en schud het water van m’n geliefde paraplu. *Krak* Huh?! Breekt zomaar het handvat af. Nou ja zeg, arme plu! Zoveel meegemaakt (hikes op Gran Canaria, een heus WK Gravel) en dan op zo’n kleurloze manier heengaan. Veel te vroeg ook. RIP.

Enfin, tijd om na te denken over nieuwe doelen dus. Het WK Gravel in Leuven? Ja, vet! Het WK Tiramisu? Nou, dat kriebelt dus nog steeds.
😊 Heb nog wel een aantal ideeën, dus die doelen komen wel goed. Daarnaast is het ook tijd voor een nieuwe paraplu.

20231007_150710_1.jpg

Reacties

(2)
Graag gedaan hoor, Ruud! :)
16 november
Een mooi verhaal is zeker zo belangrijk als de koers. Dank voor het delen Roland!
10 november
Nieuws Overzicht